Kids

Goudentip 5 voor een oermannelijke opvoeding: Maak je kind een buitenkind

Wij hebben in de tuin een boom. Een flinke. Op acht meter hoogte, in die boom, hangt onze Willem. Want hij houdt van klimmen en wil dus steeds hoger. Hij is allang hoger dan wij prettig vinden, zijn moeder en ik. Maar hij klimt al jaren in bomen, we hebben het hem zelf geleerd – uitgelegd dat je eerst voorzichtig je gewicht moet verplaatsen van het ene been op het andere, voor je een veilige tak verlaat. Hoe je dood en dus breekbaar hout herkent. En vooral: dat je nooit verder gaat dan je veilig lijkt. Hij zal het dus wel weten.

Je kind – jongen of meisje, maakt niet uit – mannendingen leren. Als wij mannen één missie hebben tijdens de opvoeding van ons nageslacht, is het deze. Een stoer en weerbaar kind, dat moet je willen! Een kind dat het achteloos een week in de jungle uithoudt of weet hoe het een been spalkt. Een kind dat een (kamp)vuur kan maken en een ribeye volgens de regelen der kunst kan grillen. Een kind dat kan roeien en zeilen, salto’s op de trampoline maken, skelteren, gitaar kan spelen, een tent opzetten, met gezag een bal kan trappen, gooien of slaan. Een kind dat kan omgaan met gereedschap en hout kan hakken. Dat naar school fietst, zonder sokken, ook in de winter. Al in maart rondloopt in korte broek. Gaat zwem- men in het meer. In mei. Als je het water net achttien graden is. Slootje kan springen en niet bang is voor een nat pak. Ook niet wegens door het dunne ijs zakken in een ondiepe sloot.

Oh, en dan vergeet ik nog dat het weerbare kind vlees moet eten. Met bot. Liefst persoonlijk en diervriendelijk geworgd. Maar ook niet moet schrikken van vergeten groente, mits uit de oven- schaal, besprenkeld met olijfolie en fleur de sel. Ons kind moet een gezonde geest in een gezond lichaam hebben, en dat, vaders, is onze taak. Hoewel je, zoals ik, kunt boffen met een vrouw die van fietsen en wandelen houdt, en aldus ook een steentje bijdraagt aan de geestelijke en lichamelijke vorming van ons buitenkind.

Zit hier ook nog een filosofie achter? Zeker. Buiten zijn en dingen doen is gezond. Gezon- der dan achter de Xbox zitten vegeteren op de bank. Voorbeeld? Buitenkinderen zijn nooit dik, want branden het vet sneller weg dan ze het er ooit bij kunnen eten. Bovendien zijn buitenkinderen gehard, want ze vallen vaak, hebben het erg koud of vreselijk warm, wor- den moe en krijgen te maken met moeilijke omstandigheden. Zoals regen, wind, andere buitenkinderen, agressieve boerderijdieren en getergde automobilisten die zich net het rambam zijn geschrokken van de sneeuwbal/ waterbom die zojuist op hun voorruit is geëxplodeerd.

Buitenkinderen kunnen incasseren en verdra- gen, een beetje pijn is misschien niet fijn, maar ook geen probleem. Bovendien hebben buitenkinderen altijd veel, leuke, vrienden: andere buitenkinderen met wie men een hut kan bouwen, heitje voor een karweitje langs de deuren kan doen, of paardenbloemen uit het gras kan plukken. Bottom line: buiten- kinderen worden later aantrekkelijke volwas- senen omdat ze dingen kunnen, altijd in zijn voor iets geks, nooit zeuren en er geweldig uitzien wegens sportief en altijd buiten in de frisse lucht. Wat wil een mens nog meer voor zijn kind?

Deze en meer tips van Marcel Langendijk kun je terugvinden in het opvoedboek voor vaders ‘The Dad’.

 

 

Add a comment
Simone bruin

Simone bruin

Geef een reactie